How to use this page
Say each item aloud with its article. Build a tiny sentence. Then swap one word to create a second line. Example: de hond → De hond slaapt. → De hond slaapt buiten. Small, repeated upgrades = quick progress.
Tip: All diminutives with -je/-tje/-etje are het-words. That’s a free win in conversations about cute animals.
Articles, plurals & diminutives (quick rules)
Remember: Learn the article with the word. Write cards like de hond, het paard, not just “hond, paard”.
Pets (Huisdieren)
dog
de hond
plural: honden • dim: hondjecat
de kat
katten • katjerabbit
het konijn
konijnen • konijntjehamster
de hamster
hamstersmouse
de muis
muizen • muisjerat
de rat
rattenparrot
de papegaai
papegaaiengoldfish
de goudvis
goudvissenturtle
de schildpad
schildpaddenFarm animals (Boerderijdieren)
cow
de koe
koeienbull
de stier
stierenhorse
het paard
paardensheep
het schaap
schapen • schaapjepig
het varken
varkens • biggetje (piglet)goat
de geit
geitenchicken
de kip
kippenrooster
de haan
hanenduck
de eend
eendendonkey
de ezel
ezelsWild & zoo animals (Wilde dieren & dierentuin)
lion
de leeuw
tiger
de tijger
bear
de beer
elephant
de olifant
giraffe
de giraffe
hippopotamus
het nijlpaard
rhinoceros
de neushoorn
monkey
de aap
fox
de vos
deer
het hert
wolf
de wolf
boar
het wild zwijn
Birds (Vogels)
bird
de vogel
vogelseagle
de adelaar
owl
de uil
swan
de zwaan
pigeon
de duif
peacock
de pauw
penguin
de pinguïn
flamingo
de flamingo
chicken
de kip
duck
de eend
goose
de gans
Sea animals (Zeedieren)
fish
de vis
vissenseal
de zeehond
shark
de haai
jellyfish
de kwal
walrus
de walrus
dolphin
de dolfijn
turtle (sea)
de zeeschildpad
whale
de walvis
Insects & reptiles (Insecten & reptielen)
butterfly
de vlinder
bee
de bij
ant
de mier
spider
de spin
snake
de slang
lizard
de hagedis
frog
de kikker
crocodile
de krokodil
Useful phrases about animals
Mini-dialogues (shadow these)
— Hallo! We zoeken een rustige kat.
— Deze kat is heel lief en gewend aan kinderen.
— Mooi! Mogen we haar even ontmoeten?
— Natuurlijk, loopt u mee?
— Mag ik de geiten voeren?
— Ja hoor, maar let op de kleintjes.
— Dank u! Hebben ze een naam?
— Dat is Belle en dat is Max.
— Heeft uw hond een chip?
— Ja, en hij is ingeënt.
— Prima. Wat is het probleem?
— Hij eet slecht en hij niest vaak.
Practice & micro-drills
A) Articles: de or het?
- ____ paard • ____ hond • ____ schaap • ____ konijn • ____ kat
Show answers
het paard, de hond, het schaap, het konijn, de kat.
B) Plurals
- de gans → ________ • de kip → ________ • het varken → ________
Show answers
ganzen, kippen, varkens.
C) Make a diminutive
- de hond → ________ • het konijn → ________ • het schaap → ________
Show answers
hondje, konijntje, schaapje.
D) Build a line
Start with de kat and add two words each time: De kat. → De kat slaapt. → De kat slaapt buiten. → De kat slaapt buiten op de bank.
FAQ
Is an animal a de- or het-word?
Many are de, but remember the common het-exceptions: het paard, het schaap, het varken, het hert, het konijn, het nijlpaard.
How do I pronounce “ui” and “ij” in animal words?
ui ≈ a rounded diphthong (huisdier); ij ≈ “ay” (konijn). Close is fine at A1—aim for consistency.
Do diminutives change the article?
Yes: all diminutives are het-words: het hondje, het poesje, het schaapje.
Useful verbs with animals?
aaien (to pet), bijten (to bite), blaffen (to bark), miauwen (to meow), voeren (to feed), trainen (to train), adopteren (to adopt).