Quick overview & conjugation snapshots
kunnen — ability, possibility
Kunt u me helpen? — Can you help me? (formal)
moeten — obligation/necessity
Moet ik reserveren? — Do I need to book?
mogen — permission
Je mag niet parkeren. — You’re not allowed to park.
willen — wants & intentions
Wil je meegaan? — Do you want to come along?
zullen / zou — future, offers, suggestions, conditional
Zullen we gaan? — Shall we go?
Ik zou later terugbellen. — I would call back later. (polite/conditional)
hoeven — (not) need to + te
Use hoeven mainly with negation and te + infinitive.
Ik hoef geen jas aan te doen. — I don’t need to put on a coat.
Word order with modals (V2, subclauses, separables)
- Main clause (V2): Modal in second position, lexical verb at the end.
Vandaag kan ik langer blijven. / Ik kan vandaag langer blijven. - Subordinate clause: Finite verb goes to the end.
… omdat ik vandaag langer kan blijven. - Separable verbs: In main clauses, particle at the end; with modals, the lexical infinitive stays together.
Ik wil vanavond opbellen. • Bel je me vanavond op? • … omdat ik je vanavond wil opbellen.
Perfect tenses with modals (double infinitive)
Modern Dutch avoids participles like gekund/gemoeten/gemogen/gewild in everyday speech. Instead:
We hebben niet kunnen komen. — We couldn’t come.
Ik heb het mogen proberen. — I was allowed to try.
Polite requests & softening
Kun je dit sturen? — Can you send this?
Zou u dit kunnen sturen, alstublieft? (formal)
Zou je dit even willen sturen? (friendly)
Common mistakes to avoid
- Using mogen for ability. Say Ik kan, not *Ik mag, unless it’s about permission.
- Forgetting te with hoeven. Use hoeven … te + inf: Je hoeft niet te wachten.
- Wrong V2 order. Morgen kan ik komen, not *Morgen ik kan komen.
- Participles of modals in speech. Prefer heb moeten/kunnen/mogen + inf.
- Politeness. In emails/shops, prefer zou u … kunnen/willen over direct wil/kan.
Practice: quick drills
A) Conjugate in the present
- (jij) ______ je me helpen? — kunnen
- (u) ______ u wachten, alstublieft? — willen
- (wij) ______ morgen blijven. — mogen
Show answers
1) Kun / Kun jij • 2) Wilt u • 3) mogen
B) Choose the right verb (ability vs permission)
- _____ ik hier parkeren? (sign says “Permit only”)
- Ik _____ drie kilometer zwemmen.
Show answers
1) Mag • 2) kan
C) Word order with a separable verb
- Main clause: (ik / je / later / opbellen) → __________
- Sub clause: (… omdat / ik / je / later / opbellen / willen) → __________
Show answers
1) Ik wil je later opbellen.
2) … omdat ik je later wil opbellen.
D) Perfect with modals
- We ______ (not / be able / come). → __________
- Ik ______ (have to / work). → __________
Show answers
1) We hebben niet kunnen komen.
2) Ik heb moeten werken.
E) Polite requests
- (formal) ______ u dit formulier invullen, alstublieft?
- (friendly) ______ je me even helpen?
Show answers
1) Zou u dit formulier willen invullen / kunnen invullen?
2) Zou je me even kunnen helpen?
FAQ
Is it “je wil” or “je wilt”?
Both occur; je wilt is standard in writing, je wil is common in speech. For hij/zij, use hij wil (no t).
How do I negate with hoeven?
Use niet/geen + hoeven te: Je hoeft niet te betalen.
Do I need ‘te’ after other modals?
No. With kunnen/moeten/mogen/willen/zullen you use bare infinitives: Ik kan komen, not *te komen.