Overview: map of Dutch prepositions
in (in), op (on), aan (on/at—attached/edge), naast, achter, voor (in front of/for), boven, onder, tussen, tegenover.
naar (to), van (from/of), uit (out of), door (through/by), langs (along), over (over/about), rond/om … heen (around).
om (at clock time), op (on a date/day), in (in month/year/season), tijdens (during), sinds (since), tot (until), vanaf (from), binnen (within).
Place
Motion
- naar = to a destination: Ik ga naar Amsterdam.
- van / uit = from / out of: Ik kom van werk; Hij loopt uit de winkel.
- door = through (motion) / by (agent in passive): door het park; geschreven door Anna.
- langs = along/past; over = over/across: We lopen langs de rivier; We gaan over de brug.
- om … heen / rond = around: om het plein heen, rond de kerk.
Time
Verb + preposition patterns
We denken aan jou. — We’re thinking of you.
Ze praat over haar werk. — She is talking about her work.
Pronominal adverbs: er-/hier-/daar- + preposition & waar- questions
Replace a prepositional object with er + preposition (it), or hier-/daar- + preposition (this/that). For questions, use waar- + preposition.
- Ik wacht op de bus → Ik wacht erop. — I’m waiting for it.
- Denk je aan dat probleem? → Denk je daaraan?
- Waarover praat je? — What are you talking about?
Waarop wacht je? — What are you waiting for?
Tricky contrasts & common errors
Ik ga naar de tandarts (to) vs Ik ben bij de tandarts (at [their place]).
op tafel (on top) vs aan de muur (attached). aan zee = by the sea coast.
over het boek praten vs om acht uur.
ambiguous: ‘for’ (benefit) voor jou, ‘before’ voor de les, ‘in front of’ voor de deur.
naar for looking: naar de kunst kijken. But idiomatic: tv kijken (watch TV).
uit = out of/origin (physical/source), van = from/of (possession): koffie uit Colombia; de auto van Jan.
Practice
A) Fill in the correct preposition
- Ik wacht ____ de trein. (for)
- Hij woont ____ Amsterdam.
- We praten ____ het project. (about)
- De foto hangt ____ de muur.
- Ze loopt ____ de brug. (over/across)
Show answers
op, in, over, aan, over
B) Paraphrase with er + preposition
- Ik reken op je hulp. → Ik reken ____.
- Hij gelooft in dat idee. → Hij gelooft ____.
- Praat je over het weer? → Praat je ____?
Show answers
erop, erin, erover
C) Choose the better option
- We gaan (naar / bij) de bioscoop.
- Ik ben (naar / bij) de kapper.
- Wat denk je (aan / over) dat plan?
- Ze is bang (voor / van) honden.
- Hij kijkt (naar / ∅) tv.
Show answers
naar, bij, over, voor, ∅ (tv kijken) or naar de tv (look at the television set)
FAQ
Why is it op school, not in?
Institutions often take op idiomatically: op school, op kantoor, op het werk. Use in for the building interior: in de school (inside the school building).
Is it praten over or praten van?
Praten over (talk about) is standard. van doesn’t mean “about.”
Can I drop the preposition like English “listen to music” → “listen music”?
No. Dutch needs the preposition with many verbs: naar muziek luisteren, naar iets kijken, op iemand wachten.